Typen leren: les 2 van 7, De basisrij: de middelste toetsenrij

Basisrij typen: leer de middelste rij van het toetsenbord

De basisrij is de rij letters waar je vingers altijd naar terugkeren. Dat is de rij met de A, S, D, F, G, H, J, K en L. Sommige mensen noemen het de thuisrij: je vingers wonen hier en gaan er alleen even vandaan voor een andere toets. In deze les leer je welke vinger welke toets typt.

De basisstand van je vingers

Zet je vingers in de basisstand. Dat is de plek waar ze beginnen en eindigen. Je wijsvingers liggen al op de F en de J (les 1). Nu zet je de andere vingers ernaast.

VingerLinkerhandRechterhand
PinkApunt-komma (;)
RingvingerSL
MiddelvingerDK
WijsvingerF (en G)J (en H)
Duimspatiebalkspatiebalk

De punt-komma staat rechts van de L. Je typt hem met je rechterpink. In de oefeningen van deze cursus komt hij niet voor.

Oefening 1: een hand tegelijk

fdsa jkl fdsa jkl asdf lkj asdf lkj

De G en de H: je wijsvinger reikt opzij

Je wijsvingers doen twee toetsen. De linker typt de F en de G. De rechter typt de J en de H. Voor de G en de H schuift je wijsvinger een stukje opzij. Daarna gaat hij meteen terug naar de F of de J.

Tip: Voel je dat je hand van zijn plek is geraakt? Voel dan naar het streepje op de F en de J en zet je wijsvingers daar weer neer.

Oefening 2: de G en de H

gg hh gf hj gfg hjh fgf jhj fgh jhg

Terug naar de basisstand

Na elke toets gaat je vinger terug naar zijn eigen toets. Zo weet je handen altijd waar ze zijn. Je hoeft nooit te zoeken en je kunt je ogen op het scherm houden.

Je duimen gebruik je voor de spatiebalk. Het maakt niet uit welke duim je kiest. Neem de duim die voor jou het prettigst voelt.

De rij boven en de rij onder de basisrij komen aan bod in les 3. Eerst moet de basisrij goed zitten.

Wat als je een fout maakt?

Raak je de verkeerde toets? Geen probleem. Je kijkt niet naar je handen, maar naar het scherm. Daar zie je de fout meteen. Haal even adem en probeer de goede toets opnieuw, langzaam.

Maak je steeds dezelfde fout? Dan staat een vinger waarschijnlijk niet goed. Zet je vingers terug op de basisstand en kijk welke vinger bij die toets hoort. Daarvoor is de tabel hierboven. Een fout is geen mislukking. Het laat zien welke toets je nog wat vaker moet oefenen.

Oefen de basisrij met echte woorden

Met de letters van de basisrij kun je al een aantal woorden typen. Typ ze rustig. Let vooral op je vingers, de snelheid is nu nog niet belangrijk.

Oefening 3: korte woorden

dag dak dal das gas had hal hak jas kas lak las sla

Oefening 4: iets langere woorden

glas klas slag haal kaal gaaf haas hals sjaal

Probeer het zelf

Typ alle woorden van de basisrij achter elkaar. Doe het twee keer. Kijk niet naar je toetsen en ga na elke letter terug naar de basisstand.

Probeer het zelf: alle woorden van de basisrij

dag jas als kas haal kaal slag glas sjaal gaaf haas dak lak las sla

Onthoud

Welke toetsen liggen onder je linkerhand in de basisstand?

De A, S, D en F. De linkerwijsvinger ligt op de F.

Welke vinger typt de H?

De rechterwijsvinger. Die reikt een stukje opzij vanaf de J.

Wat doe je na elke toets?

Je gaat met je vinger terug naar de basisstand.

Veelgestelde vragen

Wat is de basisrij op het toetsenbord?

De basisrij is de middelste rij letters met de A, S, D, F, G, H, J, K en L. Je vingers rusten hier en gaan er alleen even vandaan om een andere toets te typen. Sommige mensen noemen het ook de thuisrij.

Welke vinger typt de G en de H?

De G typ je met je linkerwijsvinger, de H met je rechterwijsvinger. Je wijsvinger reikt een stukje opzij en komt daarna meteen terug naar de F of de J.

Waarom moet ik na elke toets terug naar de basisstand?

Zo weet je hand altijd waar hij is. Je hoeft dan niet te zoeken en kijkt niet naar je toetsen. Vanuit de basisstand bereik je alle andere toetsen.

Welke toetsen hebben een streepje?

Op de meeste toetsenborden zitten op de F en de J een streepje of bultje. Daarmee voel je zonder te kijken waar je wijsvingers horen te liggen.

Aangeraden door