Fotografie: les 8 van 9, Portret- en landschapsfotografie
Portretfotografie en landschapsfotografie: zo pak je ze aan
Twee van de populairste soorten foto's zijn portretten en landschappen. Bij portretfotografie draait het om een persoon, bij landschapsfotografie om een plek. Je gebruikt alles uit de vorige lessen, maar met andere keuzes. In deze les leer je welke dat zijn.
Portretfotografie: een mens in beeld
Een goed portret laat iets zien van de persoon. De instellingen zijn hierbij bijzaak, maar ze helpen wel. Dit werkt vaak goed:
- Vraag toestemming voordat je iemand fotografeert of een foto deelt. Dat is geen juridisch advies, maar gewoon netjes.
- Grote opening: een laag f-getal geeft een vage achtergrond, zie les 2.
- Lens: een lens met een langere brandpuntsafstand, in het telebereik, geeft vaak een flatterend gezicht. Een extreme groothoek vlak bij een gezicht vervormt. Zie les 5.
- Scherp op de ogen: kijkers kijken eerst naar de ogen. Als vuistregel stel je daarop scherp.
- Zacht licht: een raam, een bewolkte hemel of het gouden uur, zie les 7. Fel middaglicht geeft harde schaduwen onder ogen en neus.
Zet je model niet vlak voor een muur, maar ver ervoor. Dan wordt de achtergrond vager. Een telefoon heeft vaak een portretstand die de achtergrond nabootst. Dat werkt het best als je model niet te dicht bij de achtergrond staat en de omgeving niet te rommelig is. Praat ook met je model en geef eenvoudige aanwijzingen. Een ontspannen persoon geeft een betere foto dan een stijve pose. Maak er een paar, want ogen zijn soms dicht.
Landschapsfotografie: een plek in beeld
Bij landschapsfotografie wil je meestal alles scherp en veel zien. Dit werkt vaak:
- Groothoek: een lens met een kleine brandpuntsafstand laat veel zien.
- Klein diafragma: een hoger f-getal geeft veel scherptediepte. Als vuistregel kiezen veel fotografen iets rond f/11. Dat is geen wet.
- Statief: een kleine opening geeft minder licht, dus vaak een langere sluitertijd, zie les 3. Een statief houdt de camera stil.
- Mooi licht: vooral het gouden en het blauwe uur.
- Voorgrond: iets op de voorgrond, zoals een steen, een pad of bloemen, geeft diepte.
Let ook op je horizon. Houd hem recht en zet hem op een van de lijnen uit les 6.
| Portret | Landschap | |
|---|---|---|
| Lens | Telebereik | Groothoek |
| Diafragma | Laag f-getal | Hoger f-getal (rond f/11 is een vuistregel) |
| Sluitertijd | Kort genoeg voor een scherp gezicht | Vaak lang, dus met statief |
| Hulpmiddel | Raamlicht | Statief |
Tip: loop eerst rond voordat je fotografeert. Een stap naar links of rechts, of door je knieƫn gaan, geeft een totaal andere foto.
Let op: kijk nooit recht in de zon, ook niet door je zoeker. Houd bij het fotograferen in de natuur afstand van dieren en blijf op de paden.
Probeer het zelf
- Portret: vraag een huisgenoot of vriend of je een foto mag maken. Zet die persoon bij een raam met licht van opzij, ver van de achterwand. Maak een foto met een laag f-getal of de portretstand en stel scherp op de ogen.
- Landschap: ga naar een plek met uitzicht, zoals een park of een dijk. Zoek een voorgrond, zoals een steen of een pad. Zet de camera op een hoger f-getal en neem de hele scene.
- Vergelijk je foto's met het raster van les 6. Waar staat je onderwerp?
Onthoud
- Vraag toestemming voordat je iemand fotografeert of een foto deelt.
- Portret: laag f-getal, scherp op de ogen, zacht licht en een achtergrond die ver weg is.
- Landschap: groothoek, hoger f-getal, statief en een interessante voorgrond.
- Vuistregels zoals f/11 zijn een startpunt, geen wet.
Check jezelf
Welk diafragma kies je voor een portret met vage achtergrond?
Een groot diafragma, dus een laag f-getal.
Waarom heb je bij landschapsfotografie vaak een statief nodig?
Een kleine opening laat weinig licht door, dus de sluitertijd wordt langer. Een statief houdt de camera dan stil.
Waar stel je scherp bij een portret?
Op de ogen.
Veelgestelde vragen
Welk diafragma gebruik je bij portretfotografie?
Meestal een groot diafragma, dus een laag f-getal. Dan is de achtergrond vaag en valt je model op. Stel scherp op de ogen.
Welke lens is goed voor portretfotografie?
Een lens met een middellange tot lange brandpuntsafstand, in het telebereik, geeft vaak flatterende gezichten. Een extreme groothoeklens kan gezichten vervormen als je dichtbij staat.
Hoe maak ik een goede landschapsfoto?
Gebruik een groothoek, een hoger f-getal voor veel scherptediepte, een statief en mooi licht rond het gouden uur. Zorg ook voor een interessante voorgrond.
Moet ik toestemming vragen voor een portret?
Het is netjes om iemand te vragen voordat je een foto neemt of deelt. Dit is geen juridisch advies, maar een vuistregel van fatsoen.