Timemanagement: les 3 van 8, SMART-doelen stellen

SMART doelen stellen: van vaag wensdenken naar een doel

"Ik wil beter met mijn tijd omgaan." Klinkt goed, maar wat doe je morgen? Met SMART doelen maak je van een vaag voornemen een doel waar je mee aan de slag kunt. In deze les leer je waar de letters voor staan en hoe je ze toepast.

Waar staat SMART voor?

SMART is een afkorting. Elke letter is een vraag die je aan je doel stelt. In het Nederlands wordt dit vaak gebruikt:

Vijf vragen aan je doel
  1. 1SpecifiekWat precies wil ik bereiken?
  2. 2MeetbaarHoe zie ik dat het gelukt is?
  3. 3AcceptabelIs het goed voor mij en anderen?
  4. 4RealistischKan ik dit echt halen?
  5. 5TijdgebondenWanneer is het klaar?
LetterBetekentDe vraag erbij
SSpecifiekWat precies wil ik bereiken?
MMeetbaarHoe zie ik dat het gelukt is?
AAcceptabelIs het doel goed voor mij en voor anderen die ermee te maken hebben?
RRealistischKan ik dit echt halen met mijn tijd en middelen?
TTijdgebondenWanneer is het klaar?

Er bestaan varianten

De afkorting wordt aan George T. Doran toegeschreven. Hij schreef er in 1981 over in een managementtijdschrift. Zijn letters waren niet dezelfde als hierboven: bij hem stond de A voor "assignable" (wie doet het) en de R voor "realistic". Doran schreef ook dat niet elk doel alle vijf de punten hoeft te hebben.

In het Engels zie je tegenwoordig vaak "achievable" voor de A en "relevant" voor de R. Zo lijken de A en de R van plaats te wisselen ten opzichte van het Nederlands. In het Nederlands kom je voor de A ook tegen: ambitieus, actiegericht of aanwijsbaar. Er zijn ook langere varianten, zoals SMARTER. Raak er niet door in de war: de bedoeling is steeds hetzelfde. Een goed doel is duidelijk, je kunt zien of het gelukt is, het kan, het past en er hangt een datum aan.

Van vaag doel naar SMART-doel

Je gaat in stappen te werk. Neem het vage doel "Ik wil fitter worden" en bouw het uit:

  1. Specifiek: "Ik wil hardlopen" is al beter dan "fitter".
  2. Meetbaar: "Ik loop twee keer per week 30 minuten."
  3. Acceptabel: je partner weet het en is akkoord dat je op dinsdag en donderdag na het werk gaat.
  4. Realistisch: je begint met wandelen en rennen afwisselen, niet met 10 kilometer.
  5. Tijdgebonden: "Acht weken lang, vanaf maandag."

Het doel wordt: "Ik loop de komende acht weken, vanaf maandag, elke dinsdag en donderdag 30 minuten, afwisselend wandelen en rennen." Zo weet je morgen precies wat je doet.

Een voorbeeld voor werk

VaagSMART
Ik wil minder tijd kwijt zijn aan e-mail.Ik kijk de komende twee weken drie keer per dag in mijn mailbox, om 9.00, 12.30 en 16.00 uur, en ik meet na twee weken hoeveel tijd het kost.
Ik wil een betere planning.Ik maak vóór vrijdag 12.00 uur de weekplanning voor volgende week, vier weken achter elkaar.
Ik wil meer leren.Ik lees elke dag 20 minuten in mijn vakblad en ik heb binnen een maand twee artikelen samengevat.

Veelgemaakte valkuilen

Tip: plan de eerste stap van je SMART-doel direct in je agenda. Hoe je dat doet, staat in les 6.

Probeer het zelf

  1. Schrijf een vaag voornemen op, bijvoorbeeld "Ik wil meer tijd voor mezelf".
  2. Loop de vijf letters langs en schrijf per letter één zin.
  3. Schrijf het hele doel nog eens in één zin op, met een einddatum.
  4. Zet de eerste stap vandaag of morgen in je agenda.

Onthoud

Check jezelf

Waar staat de T van SMART voor?

Tijdgebonden: er hangt een einddatum of termijn aan je doel.

Wat is vager: "ik wil meer lezen" of "ik lees elke avond 15 minuten"?

"Ik wil meer lezen" is vager. Het tweede doel is specifiek en meetbaar.

Moet elk doel alle vijf letters hebben?

Nee. Het is een hulpmiddel om je doel duidelijker te maken, geen wet.

Veelgestelde vragen

Waar staat SMART voor?

In het Nederlands meestal: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. Er bestaan varianten, vooral bij de A en de R.

Wat is een voorbeeld van een SMART-doel?

"Ik loop vanaf maandag elke dinsdag en donderdag 30 minuten, en ik doe dat acht weken lang." Dit is specifiek, meetbaar, haalbaar en heeft een einddatum.

Wie bedacht SMART?

De afkorting wordt gelinkt aan George T. Doran, die er in 1981 over schreef in een managementtijdschrift. Zijn oorspronkelijke letters verschilden van de Nederlandse invulling.

Moet elk doel alle vijf de letters hebben?

Nee. Het is een hulpmiddel, geen wet. Zie het als controlelijstje: hoe meer letters kloppen, hoe duidelijker je doel.

Aangeraden door