Leidinggeven: les 3 van 9, Situationeel leidinggeven
Situationeel leidinggeven: kies de stijl die bij de taak past
Aisha is nieuw en weet nog niet hoe het retourproces werkt. Pieter doet het al jaren. Moet Sanne beiden op dezelfde manier aansturen? Nee. Dat is het idee achter situationeel leidinggeven. In deze les leer je het model van Hersey en Blanchard en kies je per taak de stijl die past.
Wat is situationeel leidinggeven?
Situationeel leidinggeven betekent dat je je stijl aanpast aan de situatie, en vooral aan de persoon en de taak. Het model komt van Paul Hersey en Ken Blanchard. Ze beschreven het voor het eerst in 1969 onder de naam "Life Cycle Theory of Leadership". Later kreeg het de naam Situational Leadership. Daarna gingen de twee bedenkers elk hun eigen kant op, met een eigen versie. Die van Blanchard heet SLII. Wij gebruiken in deze les vooral de namen uit die versie.
De vier stijlen in één schema
Het model kijkt naar twee soorten gedrag van de leider. Sturen is zeggen wat er moet gebeuren en hoe. Steunen is luisteren, aanmoedigen en meedenken. Door die twee te combineren krijg je vier stijlen.
In de oudere versie heten de stijlen vertellen, verkopen (overtuigen), deelnemen en delegeren. De namen verschillen dus, de vier vakken blijven hetzelfde.
Het niveau van je medewerker, per taak
Welke stijl past, hangt af van het niveau van je medewerker voor die ene taak. Blanchard onderscheidt vier niveaus. De Nederlandse namen hieronder zijn onze eigen vertaling in gewone woorden.
| Niveau | Wie is dat? | Stijl die past |
|---|---|---|
| 1: enthousiaste beginner | Is nieuw, vol energie, maar weet nog niet hoe het moet | Sturen |
| 2: teleurgestelde leerling | Weet al wat, maar merkt dat het moeilijker is dan gedacht en twijfelt | Coachen |
| 3: capabele maar voorzichtige medewerker | Kan het wel, maar is niet zeker van zichzelf | Ondersteunen |
| 4: zelfstandige presteerder | Kan het en durft het | Delegeren |
Let op: het niveau hoort bij een taak, niet bij een hele persoon. Pieter is voor bestellingen een zelfstandige presteerder, maar voor een nieuw kassasysteem begint hij weer als beginner.
Sanne past het toe
- Aisha leert het retourproces. Ze is enthousiast maar onervaren. Sanne stuurt: ze laat het stap voor stap zien en loopt mee.
- Joris kan de klachtenafhandeling goed, maar twijfelt aan zichzelf. Sanne ondersteunt: ze vraagt wat hij zou doen en laat hem beslissen.
- Pieter kent bestellingen als geen ander. Sanne delegeert: zij geeft hem de taak en hij meldt als er iets is.
Wil je meer weten over uit handen geven? Lees dan de les over delegeren. Meer over stijlen in het algemeen staat in les 2.
Zo vraag je naar het niveau
Je hoeft het niveau niet te raden. Vraag het gewoon. Bijvoorbeeld: "Hoe zeker voel je je bij deze taak?" en "Wat heb je van mij nodig?". Het antwoord vertelt je vaak meer dan je eigen indruk. Kijk ook naar wat je ziet: maakt iemand vaak fouten, vraagt hij veel, of werkt hij al zelfstandig? Pas daarna je stijl aan. En kijk later opnieuw, want iemand groeit. Wat vandaag sturen vraagt, vraagt over een paar maanden misschien alleen nog ondersteunen.
Let op: onderzoek ondersteunt niet alle adviezen van dit model. Gebruik het als denkkader en praat vooral met je medewerker: vraag wat hij of zij nodig heeft voor deze taak.
Probeer het zelf
- Kies twee mensen uit je team (of twee collega's).
- Kies voor elk een taak die nu speelt.
- Bepaal per taak het niveau (1 tot 4) en welke stijl daarbij past.
- Kijk wat je nu doet. Is het meer of minder dan nodig? Pas één ding aan en kijk hoe het gaat.
Onthoud
- Het model komt van Paul Hersey en Ken Blanchard en kent vier stijlen: sturen, coachen, ondersteunen en delegeren.
- De stijl hangt af van het niveau van de medewerker voor een bepaalde taak.
- Het niveau hoort bij de taak en niet bij de persoon.
- De namen van de stijlen verschillen per versie van het model.
- Zie het model als denkkader: onderzoek ondersteunt niet alles.
Check jezelf
Welke twee soorten gedrag combineert het model?
Sturen en steunen.
Welke stijl past bij een enthousiaste beginner?
Sturen: duidelijk zeggen wat en hoe.
Hoort een niveau bij een persoon of bij een taak?
Bij een taak. Dezelfde persoon kan voor de ene taak ervaren zijn en voor een andere beginnen.
Veelgestelde vragen
Wat is situationeel leidinggeven?
Situationeel leidinggeven betekent dat je je stijl aanpast aan wat een medewerker voor een bepaalde taak nodig heeft. Het model komt van Paul Hersey en Ken Blanchard.
Welke vier stijlen heeft situationeel leidinggeven?
In de versie van Blanchard heten ze sturen, coachen, ondersteunen en delegeren. In de oudere versie heten ze vertellen, verkopen, deelnemen en delegeren. De namen verschillen per versie.
Hoe bepaal je welke stijl je nodig hebt?
Je kijkt per taak naar wat de medewerker kan en hoe zeker hij of zij zich voelt. Weinig ervaring vraagt om veel sturing. Veel ervaring en zelfvertrouwen vragen om weinig sturing en veel vrijheid.
Heeft het model ook kritiek?
Ja. Onderzoek ondersteunt niet alle adviezen van het model. Zie het als een handig denkkader dat je laat nadenken over wat iemand nodig heeft, niet als een vaste wet.